Soms teveel
Het is teveel soms
Om te bevatten
Alles wat geweest is
Alles wat nog komt
Al dat nieuws van de wereld
Elke dag opnieuw
Alles wat er mis gaat
Al het goede dat tot ons komt
Het is teveel soms
Wat moet je er van denken
Voordat je het overdacht hebt
Is er alweer wat nieuws
Soms zou je niets meer willen horen
Dan heb je nieuws genoeg gehoord
Niet meer de hele wereld te begrijpen
Je hersens te klein voor wat je hoort
Het is teveel soms
Om te bevatten
Alles wat geweest is
Alles wat nog komt
Ronald M.Offerman
Amsterdam 14-1-2020
Vandaag geen feest
Je zult dit jaar eens een keer niet jarig zijn
Dat je het een keer overslaat
Dat er niets te vieren is
Dat je niet ouder wordt dan
Dat je in mijn gedachten bent
Dat je er eens een jaar niet aan denkt
Dat je blijft zoals je toen was
Terwijl ik niet weet hoe je nu bent
Of geweest zou zijn
Als er geen einde gekomen was
Alles gebleven was zoals het was
De klokken stil bleven
Toen er een einde aan kwam
Aan dat feesten en feestgedruis
Met slingers en ballonnen
En muziek die wij samen met onze
Vrienden luidkeels meezongen
We dronken tot de ochtend kwam
Als het zo nog was geweest
Dan….
Ronald M.Offerman
Amsterdam 8-10-2019
Geïsoleerd leven
De stilte is vaak zo oorverdovend
In mijn goed geïsoleerde huis
Waar ik weet dat ik buren heb
Maar waar ik zelden iemand hoor
Achter dubbel glas
Zijn zelfs vrachtauto’s onhoorbaar
Geen naaldhak tikt meer op de stoep
Een kind speelt geluidloos met een bal
Zonder jou om de stilte te verbreken
Leef ik in een stomme film
Alleen jouw spullen spreken nog
Maar in mijn gedachten weet ik alles
Je stem die steeds de woorden spreekt
Van de gesprekken die we hadden
Soms zing je in de badkamer
Ik hoor je lach die nooit meer klinkt

Station SloterdijkHet is nog stil op het station
Een gewone vrijdag
De opkomende zon strooit goud licht
Op de vloer van de stationshal
Een enkele vroege reiziger loopt gehaast
Naar een spoor, 4B/3A/2C ?
Aan het eind van de reis
Wacht er iemand op hem
Een zwerver met zijn tassen
En een karretje met wieltjes
Staat voor het raam in de hal
Als een toerist in zijn eigen stad
Hij kijkt naar de nieuwe tram 19
De tram lijkt hetzelfde als de oude tram 12
Ook op dit vroege uur ruik je
De lucht van hamburgers en broodjes doner
Er wacht niemand op hem
Ronald M.Offerman
Amsterdam 14-9-2O18
Amsterdam 28-4-2018
De straat
De straten van de stad zij wisten nergens van
Of ik er nou was of niet het liet ze koud
De huizen stonden net als anders
De ochtenden schenen over torens
Regen viel in goten, alles ging
Zoals alles al vele eeuwen ging
Mijn voetstappen zouden verdwenen zijn zodra ik voorbij was
Mijn naam zou ongenoemd blijven
Niemand zou zeggen weet je nog
Weet je nog dat hij daar liep
Of dat hij daar op dat bankje in het park zat
Het zouden straten zijn die soms een andere naam kregen
Er zou geen herinnering zijn aan wie ik was
Slechts een enkeling zou mijn naam nog noemen
Als hij onze naam las, gekerfd met mijn zakmes in de vloer van de zolder,
Waar ik al die tijd bij jou was
>
Amsterdam 25-3-2018
De straat twee
Soms zag ik mijn vrienden lopen
Het waren oude mannen geworden
Ik herkende ze aan hun blik of hoe ze liepen
Maar hoe velen liepen er die ik niet meer herkende
Die zo anders waren geworden
Dan de vrienden die ik ooit had
Het waren er niet veel die mij herkende
Die zwaaiden dan en ik zwaaide terug
Dan liep ik snel de hoek om
Geen behoefte aan gesprekjes, groeten
Hoe gaat het? Hoe was het? Wat doe je?
In dat verleden had ik niets te zoeken
Toch liep ik vele malen door die straten
Ik kwam er steeds weer terug
Bekeek de school waar ik gezeten had
Bekeek het huis waar ik opgegroeid was
Bekeek de speeltuin waar ik speelde
Dan dacht ik aan korte toekomst
Die er over was
>
Amsterdam 08-04-2018
De straat drie
Van sommige wist ik de namen nog
Bea, Rosanne, Diana
Of ik zag de gezichten van degene
Waarvan ik de naam niet wist
Omdat ze onbereikbaar waren
Vroeger keek ik naar ze
Van een afstand
Toen wilde ze niet met me praten
Laat staan dansen, met jou, engerd?
Nu zag ik zorgen en ouderdom
Op hun gezichten
Als ik wel eens iets zei
Tegen een van die onbereikbare
Dan herkende ze me niet meer
Als ze al ooit wisten
Wie ik was
Amsterdam 9-4-2018
De straat vier
Wat heeft het voor zin dat ik alles nog herken
Als ik soms beelden zie op de televisie dan denk ik
Dat is daar waar Jantje woonde
Of ik denk, dat is het portiek van Bertje met dat leuke zusje
Ik zie soms de straten of een boom
Die ik dan herken een boom aan de gracht
Of van die hoge bomen bij de speeltuin waarin we klommen
Die herken ik uit duizenden
In het Vondelpark herken ik de plekken
Waar bekende bomen stonden
Bomen die wij namen gaven
De boom die wij “ The bridge over the river Kwai” noemden
De kwors kwimmie
De Tietenboom staat er niet meer
Die is omgehakt
Het is nog slechts een open plek
Amsterdam 10-4-2018
De straat vijf
De speeltuin is nog ongeveer hetzelfde
Alleen het clubhuis is anders
Waardoor toch alles anders is
Het oude clubhuis waar je op kon klimmen wat ik durfde
En vervolgens kon je er afspringen in de zandbak
Wat ik niet durfde,
Het clubhuis is nu een hoog vierkant gebouw geworden
De zoen in de zandbak weet ik nog
En de films van Tarzan op zondagmiddag
De onbereikbare meisjes ver weg achter in de jeugdbioscoop
De drumband waar ik niet op wilde speelde op het plein
Ik hoorde gisteren dat de sigarenwinkel op de hoek van de straat
Was overvallen met nogal wat geweld
Wij trokken pakjes sigaretten uit de automaten
Met valse muntjes die op guldens leken
We rookten ons duizelig en voelden ons stoer
Amsterdam 11-4-2018
Het mooiste huis
Iemand stelde de vraag, wat is het mooiste huis dat je kent? en ik dacht, dat is het huis waar zij is. Ik heb er maar een liedje van gemaakt.
Het mooiste huis
Ik ben in mijn leven al in vele huizen geweest
Maar als je vraagt, welk huis het mooiste was
Dan houd ik van het huis waar zij is, toch het meest
Een bouwvallig huis gaat stralen van grandeur
Een grauwe flat vertelt zijn verhalen
Als zij aanbelt aan de deur
Een huis dat eens een spookhuis was
Is plotseling een paleis vol kroonluchters met licht
Elk huis gaat stralen alleen van haar gezicht
Oooo elk huis gaat stralen, alleen van haar gezicht
Je weet, ik geef niet om luxe een bank een bed dat is genoeg
Kan leven op houten vloeren kamers met kale muren
Tocht, lekkage en troep in elke hoek
Want elk huis heeft verhalen elk huis is net een boek
Maar in elk huis waar ik kom, daar denk ik
Het zou een mooier boek zijn slechts door jouw bezoek
Een huis dat eens een spookhuis was
Is plotseling een paleis vol kroonluchters met licht
Elk huis gaat stralen alleen van haar gezicht
Oooo elk huis gaat stralen, alleen van haar gezicht
Want het mooiste huis waar ik kan wonen
Is een huis dat vol van jou is en
Al moet ik duizend keer verhuizen
Van oost naar west van noord naar zuid
De plek waar jij bent daar is mijn huis
Een huis dat eens een spookhuis was
Is plotseling een paleis vol kroonluchters met licht
Elk huis gaat stralen alleen van haar gezicht
Oooo elk huis gaat stralen, alleen van haar gezicht
Ronald M.Offerman
Amsterdam 10-2-2018
Bellamyplein
Ik weet nog hoe je daar op een bankje zat, moeder
Omringd door tantes, wol en breipennen
Je ogen op het laagje water waar ik, je Benjamin
Als een vis op het droge lag te spartelen
De blauwe Terlenka zwembroek
Opgetrokken tot onder de oksels
Het borstbeeld zag op ons toe vanuit de bosjes
De trams raasden piepend in de bochten
Op de terugweg naar huis, bruin verbrand
Aten we ijs bij Gerwi in de Kinkerstraat
Koekoeksjong
We hadden niets te klagen
Wees dankbaar
Dat zei je zo vaak moeder
Mijn moeder
Terwijl het leven als een blok op me was gevallen
En ik er voorlopig niet meer onderuit zou komen
Terwijl het zo leuk was volgens haar, dat leven
Keek ik vaak zwijgend de eettafel rond
Naar de mensen die mijn familie waren
Denkend als een koekoeksjong
Blijven
Waarom zou ik weg gaan,
Zoals iedereen steeds doet
Waarom naar al die verre plekken reizen
Waar jij dan niet bent
Omdat jij niet om reizen geeft
Wat moet ik vinden tussen al
Die anderen die iets zoeken
En die er dan waarschijnlijk
Wel iets vinden en daar dan zo blij om zijn
Blijkbaar blij, dat hoor ik in hun verhalen
Ik ga niet weg ik blijf,
Om met jou te genieten van het uitzicht
Jouw fiets die zorgvuldig op slot staat
Tegen de boom
Waar soms een hond tegen aan pist
Dan zijn we samen kwaad
Ronald M.Offerman
Amsterdam 14-04-2016
Ik zou je willen
Ik zou mijn handen op je oren willen leggen
Als een schelp, zodat je mijn stem weer hoort
Ik zou je ogen willen bedekken
Zodat het duister niet je oog verstoord
Ik zou je vast moeten houden
Zolang, zolang als nodig is
Ik zou je tranen willen proeven
Je lippen kussen, je dragen als een kind
Ik zou je hart nog moeten horen
Je lach, je stem, je voetstap op de trap
Ik zou je lichaam willen zien
Alsof je niet weg bent, maar
Ronald M.Offerman
Amsterdam 11-9-2015
Amsterdam
Ik ken die plekken van je
Waar ik niet zou moeten komen
omdat pijn en woede op de loer liggen
Onverschillig als je bent
voor wat ik denk of voel
Als een vrouw ben je
beschimpt, vervloekt en soms geschonden
Die de slappelingen opvreet
of ze terug laat vluchten
naar hun holen, waar ze huilend
aan hun wonden likken
Vanwaar ze schelden
op je uiterlijk, je karakter
en de zonde die er in je heerst
Maar ik herschik dagelijks mijn hart
en mijn gedachten, terwijl ik fluitend
nieuwe dingen leer
Ronald M.Offerman
Amsterdam 11-11-2012
In het zand
In het zand daar staan mijn hakken
Ik wil naar een land, waar wonderen gebeuren
Al zal ik daar ook kijken vanaf de kant,
omdat ik er dan ook niet bij zal horen
In het zand daar staan mijn hakken en
wat ik dacht ben ik verloren
Als de nacht valt in mijn stad, zie ik mensen in de kroegen
Daar ben ik dan in de hoop, dat het daar dan zal gebeuren
Dat er iets gaat groeien uit het niets
Dat er een nieuw wonder wordt geboren
We schudden dan handen, zoenen vrouwen,
bespreken plannen, slaan op schouders, drinken drank
Ik schrijf op viltjes mijn gedachten
Terwijl ik voor de gezelligheid bedank
Onderweg naar huis, zie ik helder al de muren
die tussen de mensen staan
Ze zijn vol geschreven met mijn woorden en ik steek ze
voor het slapen gaan, met een jerrycan benzine
in een huizenhoge brand
Ronald M.Offerman
Amsterdam 17-05-2012
Thuisvrees
Jarenlang had ik het,
Of ik in Berlijn was of in Parijs
In Appelscha, Drachten of Hoogeveen
Thuisvrees dat had ik overal
Ik wilde altijd ergens anders heen
Het duurde te lang voordat ik besefte
Dat thuis niet in een omgeving zit
Een berg, een zee, de lucht
Niet in een stad of weer een land
Thuis dat ben jij en ik
Zo burgerlijk als de pest
Met een zak chips
Lang uit liggend op de bank.
RonaldM.Offerman
Amsterdam 15-03-2013